Home » Autisme » Autistische burn-out

Autistische burn-out

Gepubliceerd op 24 januari 2020 om 21:00

Mijn hoofd loopt over bij de kleinste dingetjes. Prikkels die ik als irritant ervaarde, zorgen er nu voor dat ik in huilen uitbarst en niet meer weet hoe ik moet praten.

Mijn gedachten zijn enorm negatief. Bijna elke dag denk ik minstens een keertje of tien ‘had ik maar geen autisme, had ik maar een ander hoofd’.

Stress racet rondjes door m’n lijf. Die zorgt er voor dat het niet lukt om fatsoenlijk aan dingen te beginnen, waar ik vervolgens nog meer stress van krijg, omdat mijn lijstjes niet afkomen. En de spieren in mijn nek en schouders voelen als gevolg hiervan alsof ze vastgeroest zitten.

Het is overduidelijk; ik zit middenin een autistische burn-out. En da’s klote. Ik kan het even niet anders zeggen.

De eerste keer dat ik een autistische burn-out had, wist ik niet dat ik autisme had. Die burn-out liep daardoor uit naar een serieuze depressie die zo’n vier jaar heeft geduurd. Het is dus niet zo gek dat ik deze keer best huiverig ben en op tijd hulp heb gevraagd, omdat ik niet weer een depressie wil krijgen.

 

Wat is een autistische burn-out?

Een autistische burn-out is het moment waarop iemand met autisme tegen zichzelf aanloopt. Vaak is dat als de persoon te lang zijn grenzen heeft genegeerd om maar zo normaal mogelijk mee te komen in de samenleving. Mensen met hoogfunctionerend autisme zijn vaak erg goed geworden in het kopiëren van gedrag en doen alsof ze nergens last van hebben. Op een gegeven moment breekt hen dit op, en krijgen ze last van een autistische burn-out. Ze lijken ineens een stuk autistischer dan voorheen, hun grenzen zijn nog dichterbij en over het algemeen komen er veel negatieve gedachten bij kijken.

 

Nieuwe school

In dit geval begon het een week of vier voor de kerstvakantie. De overgang van speciaal middelbaar onderwijs naar een reguliere mbo viel me zwaar. De vakken vond ik vele malen leuker, maar al die klasgenoten begreep ik maar niet.

In mijn vorige klas begreep iedereen elkaar, vonden we dezelfde dingen interessant en accepteerden we het als iemand ergens moeite mee had. We gingen sneller door op serieuzere onderwerpen, en vonden het fascinerend als een van ons hele verhalen over zijn hobby kon vertellen.

In mijn nieuwe klas ben ik de enige met autisme. Da’s in principe niet erg natuurlijk, maar het maakt het voor mij veel lastiger. Iedereen heeft het over dingen die me niet interesseren en er zijn ontzettend veel ongeschreven sociale regels die ik continu breek. Ik weet niet hoe ik aansluiting moet vinden, en dus zeg ik maar niks. Ik maak stil mijn werk en als mijn hoofd vastloopt, huil ik. Dat is altijd zo geweest, maar ik was even vergeten dat dat niet normaal gevonden wordt.

Na een tijdje heb ik de klas door middel van een zelfgemaakt filmpje over mijn autisme verteld, en sindsdien accepteren ze me makkelijker.

Toch zijn er nog genoeg andere dingen over die een schooldag voor mij ontzettend lastig maken. Allereerst ontbreekt het overal aan duidelijkheid. Ik mag extra duidelijkheid vragen, maar ook dit kost energie. Het verwoorden wat er onduidelijk is en de stap zetten om er naar te vragen, bijvoorbeeld.

Ook de toestroom van prikkels is vervijfvoudigd. Bijvoorbeeld het wisselen van lokaal, wat ik nooit eerder heb gedaan. Het aantal kinderen (27 in plaats van de 15 die ik gewend was) die allemaal geluid maken in de klas. De busreis om er te komen (ik hoef niet over te stappen, maar het is een stuk chaotischer dan met het leerlingenvervoer, zoals ik naar mijn vorige school ging). De gangen in de pauzes, de ruimten waar pauze gehouden mag worden, enzovoorts.

 

Grenzen

Mijn hoofd ging in het begin van het schooljaar automatisch in kopie-modus. Ik probeerde niet op te vallen, ik probeerde zo normaal mogelijk te doen; ik acteerde de heleboel bij elkaar. Ondanks alle energie en moeite die ik erin stak, was ik nog steeds vaak thuis en nog altijd paste ik niet in het plaatje. Na school kon ik niks meer. Ik las veel of ik viel in slaap op de bank. Dat leverde geen problemen op, want de vakken vond ik makkelijk genoeg en kreeg ik af in de les.

Maar zoals dat gaat met grenzen; als je ze te lang negeert, komt er een punt waarop je lijf/hoofd het opgeeft. De grenzen voelen veel strakker en de consequenties van het negeren ervan worden veel hoger. En die paar weken voor de kerst waren ze zo hoog, dat er niks meer te negeren viel. Ik was opgebrand. Mijn emoties wisten niet meer wat ze wilden, dus besloten ze om extreem hevig tot uiting te komen en binnen de vijf seconden te kunnen veranderen. Ik was niet geïrriteerd, ik was furieus. Ik was niet vrolijk, ik was hyper van geluk.

Ik zag op straat alle details; van de honderden kleuren bruin die de blaadjes op het fietspad hadden, tot de details van de veren van een vogel. Alles was in de overdreven stand gegaan. En ik werd er gek van. Ik bleef een week of twee thuis, ging naar de huisarts (die niks voor me kon doen) en probeerde daarna om weer rustig aan naar school te gaan. Ik maakte afspraken met docenten, mocht een paar opdrachten laten zitten of kon dingen in de kerstvakantie inhalen. Ik vroeg hulp aan, maar zoals dat gaat met de GGZ, ben ik nog steeds aan het wachten.

Na de kerst zou ik rustig verder opbouwen. Ik vraag snel te veel van mezelf, en mijn moeder en school waren het er mee eens dat ik niet te hard van stapel moest gaan lopen.

 

Hoe het nu gaat

Ondanks alle goede hulp vanuit school, gaat het nog altijd niet erg goed. De negatieve gedachtes blijven aanwezig. De docenten zijn heel hulpvaardig en zijn het er allemaal over eens dat mentale gezondheid belangrijker is dan cijfers. Veel zeggen dat ik de rust en ruimte moet nemen die ik nodig heb. En dat wil ik ook wel, maar dan komt de stress weer kijken. Als ik de rust neem die ik nodig heb, hoe en wanneer moet ik dan al die deadlines halen?

 

Het accepteren van mijn autisme (en de moeite hiermee)

Waar ik het meeste moeite mee heb, is de acceptatie van mijn autisme. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik het allang had geaccepteerd. Twee jaar voor de officiële diagnose was ik al overtuigd dat ik het had en begon ik er dingen over te leren. Daarna voelde het als een bevestiging en gaf het rust. Ik was niet raar, ik had gewoon een handicap. Ik hoefde niet meer alsof te doen, mezelf zijn was oké. Maar dat is natuurlijk makkelijker op een school waar iedereen is zoals ik. Het kopiëren is nog altijd iets wat automatisch in mijn systeem zit, omdat het me doorgaans minder problemen oplevert dan als ik het niet doe. Behalve als ik het dus te lang vol houd. Het probleem is alleen dat ik het niet doorheb wanneer ik in die modus ga.

Daarnaast is het accepteren van mijn anders-zijn ook een stuk ingewikkelder wanneer ik keihard met mijn neus op het feit wordt gedrukt dat ik ook echt anders bén. Dat wist ik natuurlijk wel, maar had ik nooit zo door, totdat ik weer in een klas kwam waar ieders hersenen anders werken dan die van mij.

Ik wil niet steeds huilen, ik wil niet steeds vastlopen vanbinnen waardoor ik mijn woorden kwijt ben, ik wil niet steeds knettergek worden van de drukte. En bovenal wil ik gewoon alle dagen naar school gaan en daarna hobby’s kunnen doen zoals ieder ander. Ik zou het allerliefste zelfs doordeweeks kunnen werken, zodat ik geld heb om aan m’n rijbewijs te beginnen. En het is zo verdomde zwaar om te moeten accepteren dat dat allemaal niet kan, omdat mijn hersenen dat niet aankunnen.

Mensen zeggen altijd dat je blij moet zijn met wie je bent. Dat je jezelf moet omarmen. Dat je lief voor jezelf moet zijn. Dat je trots moet zijn op je krachten. Dat mensen met autisme (of wat voor handicap dan ook) fantastische dingen kunnen. En dat is ook zo. Maar het is zo, zo, zó lastig om dat vanbinnen ook zo te voelen als je niet kan wat voor de meerderheid doodnormaal is.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.