Home » Autisme » Maskeren: wanneer niet en wanneer wel?

Maskeren: wanneer niet en wanneer wel?

Gepubliceerd op 9 april 2021 om 18:10

Eigenlijk iedereen met autisme kent het wel; maskeren. Misschien gebruiken ze er een ander woord voor, of hebben ze er eerder nog niet bij stil gestaan, maar iedereen die ik gesproken heb, doet het. Voor niet-autisten is het echter vaak een onbekend iets. Wat is maskeren precies? Waarom doen we het? Wanneer is het handig, en wanneer niet meer? 

Maskewatte?

Maskeren is het woord dat wordt gebruikt voor het verbergen van je autisme-kenmerken. Het doen alsof om maar zo 'normaal' mogelijk te lijken. Het is iets wat je automatisch leert als je vaak genoeg in onprettige situaties komt door je autisme. Juffen die roepen dat je stil moet zitten, dat je niet zo moet zitten friemelen. Mensen die raar naar je kijken als je met je handen aan het wapperen bent. Klasgenootjes die je pesten omdat je soms onhandige dingen zegt. Ouders die mopperen dat je eens normaal moet doen.

Maskeren leer je vaak onbewust. Door te kijken hoe anderen dingen doen in situaties en dat gedrag te kopiëren. Door net zolang tegen dingen aan te lopen tot je ontdekt bij welk gedrag of handelingen dat niet meer gebeurt. Je kan het echter ook in therapie leren. Mensen aankijken bijvoorbeeld. Iets wat voor mensen met autisme onnatuurlijk is, maar bij therapieën om sociale vaardigheden te leren een belangrijk onderdeel is.

De voor- en nadelen

Maskeren kan best handig zijn. Sommigen zullen het zelfs leerzaam noemen om gedrag te kopiëren en af te stemmen op de mensen om je heen. Het levert je minder negatieve ervaringen op. Om niet gepest te worden, pas je je aan. Om niet continu boze volwassenen om je heen te hebben, pas je je aan. Iedereen wilt immers vrienden en complimentjes. Maar er is ook een keerzijde. Dat pestgedrag geeft immers het signaal dat wat jij doet verkeerd is, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. En als je je alsmaar aanpast, kun je op een gegeven moment jezelf verliezen.

Ik heb jarenlang gedrag van anderen gekopieerd, maar wist toen ik elf was daardoor niet meer wie ik zelf was. Hield ik wel van paarden, of zei ik dat omdat alle andere meiden dat leuk vonden? En hoe voelde ik me eigenlijk? Ik wist alleen maar hoe ik me zou móeten voelen, maar niet meer wat er bij mezelf gebeurde. Daarvoor ben ik in therapie gegaan, want uiteindelijk was ik depressief geworden.

Dat is wat er bij veel mensen met autisme gebeurt; ze krijgen last van klachten als depressies en angsten, doordat ze zichzelf kwijt zijn geraakt door hun kopieergedrag. Het probleem is dat deze mensen zó niet-autistisch zijn gaan lijken door het maskeren, dat ze de diagnose vaak niet of pas laat krijgen. Hulpverleners herkennen het autisme dan namelijk vaak niet.

Maskeren is pas écht handig als je weet dat je het doet. Je moet het ook 'uit' kunnen zetten als je het niet nodig hebt. Maskeren kost namelijk bakken met energie, en op een gegeven moment raakt dat op. Acteur zijn is immers ook een baan, en niet iets dat je jaren non-stop doet, toch?

Wanneer ik het niet doe

Als ik thuis ben, ben ik eigenlijk altijd wel mezelf. Behalve als mijn moeder geïrriteerd is, of er visite is. Dan hou ik me een beetje in. Maar anders stuiter ik door het huis als ik me daar goed bij voel. Ik mag flapperen met mijn handen zoveel als ik wil als ik blij of onrustig ben. Ik wiebel van voor naar achter als ik gespannen ben en ik maak de meest rare en ongepaste woordgrappen waarvan mijn broertje dubbel ligt. En friemelen met mijn vingers of een speeltje (kan ook een pen zijn) doe ik de hele tijd; als ik lees, als ik praat, als ik tv-kijk, als ik brainstorm voor nieuwe ideeën. Alleen als ik achter mijn laptop zit te typen of fotoshoppen en tijdens het eten doe ik het niet, want daarvoor heb ik twee handen nodig.

Ook bij mijn opa en oma ben ik gewoon mezelf. Ik kijk ze maar amper aan, en dat vinden ze niet erg. Ik zeg hardop wat ik denk, want het is bij mij vaak alles of niets. In kringloopwinkels fladder ik er ook op los. Dat is mijn happy-place, mijn favoriete uitje en als ik ook nog toffe boeken vind voor een prachtig prijsje, zal je dat hoe dan ook aan me merken. Dan interesseert het me ook niet zo als mensen raar kijken. Ik ben dan gewoon mezelf, en ik doe wat goed voelt in m'n lijf. Volop kunnen bewegen zoals ik wil voelt als vrijheid, omdat het iets is wat ik jarenlang niet heb durven doen, omdat mensen het raar vinden.

Wanneer ik het wel doe

Al die bewegingen wordt stimmen genoemd. Fijne bewegingen om prikkels beter te kunnen verwerken en om te gaan met emoties. Dat wordt echter niet heel normaal gevonden, dus is dat één van de dingen die ik veel maskeer. Maar er zijn ook andere dingen die je kunt maskeren. Sociale ongemakkelijkheid, bijvoorbeeld. Je kunt beter doen alsof je verlegen bent, dan de eerste dingen zeggen die in je op komen. Autisten missen immers het sociale kompas om in te schatten of iets gepast is, en krijgen daardoor vaak negatieve reacties.

Voor vaste gesprekjes heb ik een trucje geleerd; scripts. Het is als een soort stroomschema in mijn hoofd, waardoor ik weet wat ik moet zeggen. Op mijn werk bij klanten gebruik ik het heel vaak. Aan de kassa is het namelijk vrij standaard, en omdat ik uit m'n hoofd heb geleerd wat ik kan zeggen, kost het contact niet meer zoveel energie. Op school heb ik niet veel scripts die goed werken, dus daar kijk ik stil de kat uit de boom. School en werk voelen voor mij als één groot toneelstuk.

Ik maskeer ook als ik nieuwe mensen ontmoet waarvan ik weet dat ik ze vaker ga zien, of als ik zelfstandig in een winkel ben. Zelfstandig winkelen kan ik best, maar het is makkelijker om mezelf te zijn (inclusief stimmen) als mijn moeder bij me is en mensen die raar kijken uitleg geeft indien nodig. En bij belangrijke, nieuwe mensen wil je toch een goede indruk maken en niet gelijk worden gezien als dat rare kind...

Wat ook valt onder maskeren, is perfectionisme. Dat is iets waar ik enorm tegenaan loop. Ik eis van mezelf heel hoge prestaties om mijn mindere kanten te compenseren. Om aan anderen te laten zien waar ik goed in ben, zodat ze vergeten dat ik bepaalde dingen niet goed kan. Dat is natuurlijk onzin, want iedereen is goed zoals 'ie is, en daarvoor hoef je niks te bewijzen. Mijn probleem is dat ik onzekerder ben dan ik laat merken, en mezelf vaak niet goed genoeg vind terwijl anderen me bij wijze van spreken de hemel in prijzen. Ik zie altijd dingen die beter kunnen, en dat breekt me op. De oplossing hiervoor ligt bij het accepteren van mezelf en mijn beperkingen vanuit mijn autisme. Maar dat is een moeilijk proces.

Ont-leren maskeren

Leren maskeren is niet het probleem, het is het ont-leren. Het stoppen ermee, omdat het een automatisme is en een soort zelfbescherming. Gelukkig lukt me dat steeds beter, en kan ik ook op mijn werk (in elk geval bij collega's) en op school steeds meer mezelf zijn. Het is makkelijker als mensen weten dat ik autistisch ben, zodat ze niet raar opkijken. Begrip en acceptatie helpen mij om mezelf te zijn. En mijn begeleider helpt me ook, want ik heb lang niet altijd door dat ik aan het maskeren ben. Ze helpt me trouwens ook bij het omgaan van mijn perfectionisme. Te lang maskeren levert namelijk autistische burn-outs op, dus op tijd kunnen stoppen is wel zo handig. Het is een (ont-)leerproces, en ik hoop dat als jij je herkent in dit blog, het ook jou gaat lukken de balans te vinden.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.